Eén van de meest voorkomende angsten is spreken in het openbaar. Brrr, laten zien wie je bent voor een grote groep mensen. En dan ook nog iets zeggen. Iets zinnigs en interessants. Helemaal in je eentje. De meeste mensen pakken nog liever een spin met hun blote handen op. En onze collectieve negatieve ervaringen met groepen (school, collega’s) helpen daar natuurlijk niet bij: er niet bij horen, groepsdruk, conformeren, verwachtingen, prestatiedruk…

Mijn speerpunt is het maken van een nieuw soort stammen, hele hechte gelijkwaardige groepen. En hoewel men het een heel mooi idee lijkt te vinden, vinden veel mensen het vooral ook: heel eng. Want wat moet je met een stam, je doet het liever alleen. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Want wat moet je met die onbekende mensen? Meestal kan je in groepen tenslotte ook niet (helemaal) jezelf zijn. En dat is niet prettig, maar in een stam is het zo mogelijk nog erger: daar zou je jezelf kunnen verliezen. Daar begin je natuurlijk niet aan. Doodeng.

En dat is niet gek, want stam, dat kennen wij hier eigenlijk niet meer. En de groepen waar we bij ‘stam’ aan denken zijn beladen met vooroordelen:

  • Stammen, zo leven mensen in het oerwoud – in de steentijd, achterlijk
  • Zo leven mensen in derdewereldlanden – geen beschaving of comfort
  • Zo leven gangs en motorbendes – vol geweld, eng
  • Zo leven mensen in een sekte – zo mogelijk nog enger, want gehersenspoeld of iets dergelijks
  • Zo leven mensen die al generaties lang in hetzelfde dorp wonen – iedereen weet alles van iedereen er wordt op je gelet, je mag niet doen wat je zelf leuk vindt. Of erger nog: inteelt!

Brrrrr, als je het zo bekijkt zou ik het ook een hele enge workshop vinden die ik geef over TRIBE! Wie weet waar je in terecht komt. Voor je het weet ben je jezelf kwijt! En dat lijkt me niet de bedoeling, jezelf kwijtraken. Tenminste…

Waarom is het eigenlijk zo eng jezelf te verliezen? En wat is dat eigenlijk ‘jezelf’?

Ik spreek het liefst van twee soorten ‘zelf’, het ‘helpende zelf’ en het ‘niet helpende zelf’.
Het ‘helpende zelf’ bestaat uit:

  • je eigenheid,
  • je talenten en
  • je eigen ‘wijsheid’.

Die wil je natuurlijk niet verliezen! Maar je ‘niet helpende zelf’ bestaat uit:

  • je ego,
  • je individualiteit en
  • je ‘eigenwijsheid’.

En die helpen je dus niet echt. Want ze weten het beter dan anderen, onderscheiden zich van anderen en vervreemden je, als je niet uit kijkt, van je ‘helpende zelf’. Want worden je eigenheid, talenten en wijsheid wel gewaardeerd door die anderen waar je je van wil onderscheiden?

En… wil je je wel echt van hen onderscheiden? Of doe je dat alleen maar om te voorkomen dat die oude negatieve groepservaringen nog een keer optreden? En zit daaronder dan niet eigenlijk het diepe verlangen om er onvoorwaardelijk bij te horen?

Het ding is dat je je ‘niet helpende zelf’ zal moeten verliezen om je ‘helpende zelf’ te blijven behouden, en te versterken. Dus alles waar je je ‘niet helpend’ mee identificeert (je overtuigingen, status etc.) verliezen om je echte zelf te kunnen zijn en je IN je echte zelf (talenten etc.) te kunnen verliezen. Want dat is flow. En willen we niet allemaal heel graag leven in flow?

Wat is flow eigenlijk? Flow is de ontspannen kant van je stresssysteem, de staat die ontstaat als je op alle vlakken uit de actie kunt stappen zodat je parasympatische zenuwstelsel actief wordt (dat doet van alles als jij rust om je gezond en fit te houden). En het mooie is: in flow kan je je ook veel beter vanuit je helpende zelf verbinden met anderen. En dan is het ook stukken minder eng. Je bent immers ontspannen? Of… maakt het idee van die anderen je al gespannen? Dat is je stresssysteem in werking! Het vertelt je dat je oude groepservaringen niet echt veilig waren en wil je behoeden voor gelijksoortige ervaringen… Toch ligt onze grootste ontspanning in onze verbindingen met anderen. Mits die veilig en onvoorwaardelijk zijn natuurlijk. Denk maar aan de armen van een liefdevolle ouder/partner/vriend die er onvoorwaardelijk voor je is. En daar zit ‘m dus ook net de kneep. Want zonder stam, waarin iedereen uniek maar gelijkwaardig is, hebben de meeste van onze relaties wel ergens spanning in meer of mindere mate. Wat nu? Hoe kom je en blijf je in die ontspanning?

Om daar te komen zal je eerst je ‘niet helpende zelf’ moeten verliezen. Oef… Maar stel dat je dat lukt, wat gebeurt er dan?

  • Je ego verdwijnt, samen met alle structuren om je ‘niet helpende zelf’ overeind te houden.
  • Je individualiteit verdwijnt, of in ieder geval de buitenste harde schil daarvan. Zodat je onderdeel kunt worden van het grote geheel. En van een stam, omdat je zonder die schil veel beter bij je eigen wijsheid, je talenten je je eigenheid kunt.
  • Je ‘eigenwijsheid’ en betweterigheid maken plaats voor luisteren, verbinden, de dingen van meerdere kanten kunnen bekijken. Ook, maar niet alleen, je eigen kant.

Je zou dus kunnen zeggen dat je door je (niet helpende) zelf te verliezen je juist meer je (helpende) zelf wordt! (Helpend in de zin dat het jou verder helpt, dus!) De vraag is dan: hoe doe je dat? Door je stresssysteem te resetten weet ik uit ervaring, maar ja, om dat te laten werken moet je eigenlijk ontspannen zijn. En waar ontspan je nou het meest? Bij de mensen waarvan je weet dat ze je accepteren zoals je bent. En waar vind je die? Juist, in je eigen stam. En dat is dus iets heel anders dan die lijst aan het begin van dit blog. Want een stam vergroot ieders eigenheid gelijktijdig met de onderlinge hechtheid. Daar liggen hele simpele natuurprincipes aan ten grondslag. En om die te begrijpen kun je het ‘t beste zelf ervaren. Maar ja… dan komt die angst voor groepen weer om de hoek kijken. Een pracht van een vicieuze cirkel. Echt een hele mooie! Met het gevolg dat je het uiteindelijk toch weer allemaal alleen aan het doen bent. Getver.

Ben je daar nou wel klaar mee en durf je het aan om voor 1 dag te ervaren? (Wat is nou 1 dag?) Schrijf je dan hier in voor de volgende TRIBE! Workshop!

 

Pin It on Pinterest

Share This